Fotografie / Film

World Press Photo: Als het maar bloedt

Leestijd: 5 min
Fotografie / Film

Is onze morbide fascinatie voor nare foto's wel terecht?

redacteur
Djuna Spreksel

Tekst: Djuna Spreksel

Beeld: World Press Photo

Een hele harde les. Dat is wat de jaarlijkse tentoonstelling van de World Press Photo (WPP) in de Nieuwe Kerk eigenlijk altijd is. Een les in de realiteit van het menselijk onvermogen, hardnekkige machtsstructuren, de hang naar extremisme en geweld. Een les in de puinhoop die we er met z’n allen van maken. Dat lijkt dit jaar meer dan ooit het geval, met als absolute climax de belangrijkste winnaar: de foto van Burhan Ozbilici, die een Turkse politieagent toont vlak nadat hij de Russische ambassadeur Andrey Karlov op een persconferentie in Ankara doodschiet. Het is een uitermate agressief en extreem beeld, iets dat letterlijk vertaald wordt in het wapen dat de agent in zijn hand geklemd heeft.

Burhan Ozbilici

Controverse

De foto die dit jaar de eerste prijs zou winnen, is allesbehalve vrij van controverse. Zo stemde nota bene de juryvoorzitter van de WPP tegen het toekennen van de prijs aan Ozbilici, met het eigenaardige argument dat het beeld ‘martelaarschap zou verheerlijken’. Alsof de WPP geen politiek-onafhankelijke organisatie is die in het leven is geroepen om de fotojournalistiek te ‘vieren’ en die als geen ander onze blik de wereld in stuurt en dwingt om te kijken; om schoonheid en gruwelijkheid in iedere mogelijke vorm te onderkennen. Ook als ons dat een relatief nieuw fenomeen laat zien: eenlingen die de laatste paar jaren op grote schaal voor eigen rechter spelen. In die zin is de foto van Ozbilici zonder meer een terechte winnaar.
De maker toont ons een opmerkelijk teken van deze tijd, waarschijnlijk meer dan elke andere fotograaf op de expositie.

“If it bleeds, it leads.”

Op een ander punt is de foto van Ozbilici in zekere zin atypisch voor de rest van de tentoonstelling, realiseer ik me terwijl ik langs de groots afgedrukte beelden van de overige 45 winnaars wandel. Van oudsher is het een welbekend gegeven onder fotojournalisten dat de heftigste en gewelddadigste foto’s, die thema’s als oorlog op een directe en confronterende wijze verbeelden, doorgaans de meeste roem verkrijgen: “If it bleeds, it leads.”
Met mijn neus op het winnende werk van Ozbilici gedrukt, concludeer ik dat er wat dat betreft weinig veranderd is: we worden immers letterlijk met de momenten rondom een moord geconfronteerd.

Maar geldt dat adagium eigenlijk nog wel? Ik merk dat het werk van Ozbilici in vergelijking tot velen van de andere foto’s bij mij minder sterk beklijft. De eeuwenoude wet onder persfotografen is voor mij niet meer van kracht. Dat zou te maken kunnen hebben met de onophoudelijke, ongecensureerde toestroom van heftig beeldmateriaal wat overal en op ieder moment toegankelijk is. Die visuele bevrediging werkt behoorlijk verslavend en bovendien kun je je er nauwelijks aan onttrekken. Misschien ben ik immuun geworden voor agressiviteit en geweld in beeld. In plaats daarvan merk ik dat het ander soort foto’s zijn die zich in mijn ziel kerven en ons tegelijkertijd de meerwaarde van de WPP-tentoonstelling laten zien.

Langetermijndrama

Het zijn beelden die verwondering veroorzaken, contrast en verstilling tonen. Een gezicht geven aan langetermijn-drama’s. Foto’s die me mij doen afvragen wat ik in godsnaam zou doen, wanneer ik me in een dergelijke situatie zou bevinden. Hoe schrijnend ook, dit is de praktijk van wat voor velen het alledaagse is. En juist die alledaagsheid treft en raakt aan kwesties van macht en de ongelijke wereld waarin ik mij dagelijks beweeg, meestal zonder vragen te stellen. Het zijn dan ook niet de bombastische oorlogstaferelen of foto’s van de zoveelste aanslag, hoe actueel en deprimerend ook, maar vooral de schijnbaar toevallige, ingetogen shots die het meeste in mij oproepen.

Noel Celis

Neem bijvoorbeeld de foto van Noel Celis, genomen in een gevangenis in Manilla. Pas na luttele seconden dringt de realiteit van wat je ziet door: van boven kijkt de toeschouwer een ruimte in, wat na nadere bestudering een trappenhuis blijkt te zijn. Als sardientjes opeen gedrukt liggen drugsgevangenen hier ’s nachts te slapen, van iedere vorm van een menselijk bestaan ontnomen. De gevangenis kan 278 mensen aan, maar er verblijven er 800. Het nietsontziende anti-drugsbeleid van de nieuwe Filipijnse president Rodrigo Duterte, dat zorgde voor een dramatische toename van het aantal gevangenen, krijgt in een klap een gezicht.

Eenzelfde effect heeft de foto van Peter Bauza die Eduarda vastlegde, een meisje dat samen met haar zeven broers en zusjes in Jambalaya woont, een van de armste sloppenwijken in Rio de Janeiro. Het is de dagelijkse realiteit voor miljoenen Brazilianen.

Peter Bauza

Of laat, tot slot, de praktijk van de vluchtelingenproblematiek, het optrekken van grenzen en bouwen van muren tot je doordringen bij het bekijken van Matthew Willcocks’ shot van Noord-Afrikaanse vluchtelingen op weg naar Italië: met 500 opeen geperst in het ruim van een schip. Zo kan ik gerust nog even doorgaan, maar het allerbelangrijkste is dat je de kracht van het visuele hier zelf gaat ervaren. En leert over alles wat verschrikkelijk is en prachtig tegelijk.

Mathieu Willcocks

Na mijn bezoek aan de Kerk, wat voor heel even de hele wereld in een enkele ruimte leek te zijn, stap ik de Dam weer op. Plots bevind ik me weer midden tussen het vermaak, de consumptie, de rijkdom. Contrasten bleken niet alleen in de foto’s op de tentoonstelling zo sterk aanwezig te zijn, maar ook ten opzichte van mijn eigen bestaan, besef ik mij eens te meer.

De 45 winnaars hangen nog tot 9 juli in de Nieuwe Kerk

Lees verder binnen de categorie "Fotografie / Film "