Cultuur

Aleppo

Leestijd: 5 minuten
Cultuur

De verwoeste stad

Nachtbraker
Jason Hillebrand

Jason heeft het gevecht tegen de luiheid nooit echt gewonnen. Desondanks heeft hij een bachelorsdiploma in de Muziekwetenschap weten te bemachtigen. Opgegroeid in een middelgroot dorp in het Groene Hart wist Jason te ontsnappen naar Amsterdam, maar stiekem is hij ergens wel blij dat zijn flatje in Noord dichtbij de weilanden ligt.

Bekijk meer van Jason Hillebrand

Beeld: Sefania Vitalis

 

Twee heren in zwart-neongeel uniform houden bij de balie van het Tropenmuseum de wacht. De museumdirecteur, die onder zijn colbert een zwart t-shirt met Arabische letters draagt (“welkom”, is mij naderhand verteld), maakt ontspannen een praatje met ze. Boven in de centrale hal van het museum, waar de opening van de tentoonstelling over de Syrische stad Aleppo een halfuurtje later zal beginnen, staan ook nog twee collega in wespenkleur.

 

Deze, voor Nederlandse begrippen, buitensporige politieaanwezigheid doet in eerste instantie vreemd aan, maar is bij nader inzien niet merkwaardig. Immers, het betreft de opening van een tentoonstelling over de Syrische burgeroorlog waar minister Koenders van Buitenlandse Zaken bij aanwezig is: een mooie plek voor rotzooi en onrust, zullen de dames en heren van de AIVD (of wie daar dan ook over gaan) wel gedacht hebben. Maar ach, zo merkt fotograaf Sefania op, het feit dat vijf politiemensen zodanig opvallen zegt ook wel weer iets positiefs over de staat van Nederland. Point taken.

Het gaat bij de tentoonstelling over een land waar men het minder goed heeft: Syrië. De situatie is, zoals iedereen wel weet, ronduit kut en behoorlijk ingewikkeld. IS, de Koerden, het Vrije Syrische Leger, de regering van president Assad en vele anderen strijden door het hele land. De normale Syriër is hier de dupe van. In het bijzonder gaat de tentoonstelling over de normale Syriër die in de stad Aleppo woont, nu al maandenlang gebombardeerd door het regeringsleger en snakkend naar op zijn minst toereikende humanitaire hulp. Koenders noemt in zijn speech de gifgasaanval die Assad recent op de stad losliet en verontschuldigt zich voor zijn eigen falen – en dat van de rest van de internationale gemeenschap - in het stichten van vrede. Na Koenders’ lamentatie drukt een gevluchte zanger muzikaal de hoop uit ooit weer naar de stad terug te keren, in de betere tijden die de minister het liefst al had willen bezorgen.


De zanger is niet de enige vluchteling die aanwezig is. Op de eerste twee rijen zit er een aantal, naam op de borst gespeld. Zij geven elke zondag rondleidingen in het museum. Van twee van hen liggen persoonlijke objecten aan het begin van de tentoonstelling, zo vertelde de directeur aan het begin van de avond, en zij staan open voor vragen. Nadat het applaus voor de zanger is uitgestorven komt er meteen een jongeman op ons af die zich voorstelt als Armen. Hij vraagt wat we van de opening vonden en vertelt wat over zijn spullen die boven liggen, maar is al gauw afgeleid door zijn vrienden die hem komen begroeten. Sefania en ik worden nog even gauw ongemakkelijk voorgesteld voordat Armen wordt meegetrokken naar andere bekenden; wij besluiten om dan maar eens naar die tentoonstelling te gaan kijken.

Puin, puin en nog eens puin

Zoals eerder gezegd staan aan het begin van de tentoonstelling persoonlijke eigendommen van de aanwezige vluchtelingen uitgestald, zoals een sleutelbos van een appartement dat er misschien niet meer is. Verder bestaat de tentoonstelling uit foto’s, enkele filmpjes en een maquette van de stad uit 1960. Op de grond liggen gedrukte foto’s van soldaten en geweren tussen beelden uit het dagelijks leven in de stad van voor het conflict. Hiertussen staan grote doeken gespannen die dienstdoen als muur. Op deze doeken zijn ook foto’s gedrukt met een eenduidiger beeld: puin, puin en nog eens puin. De destructie overschaduwt hier het onbekommerde verleden. Erg veel tijd voor bezinning is er niet: het is druk, en omdat bijna iedereen druk bezig is met de smartphone een eigen fotoserie te schieten – altijd leuk om te laten zien als je weer eens naar je oma gaat – is de sfeer licht chaotisch. In de hoek speelt een duo traditionele Syrische muziek en ik merk dat ik meer luister dan kijk.

 

Op een gegeven moment bereik ik het einde van de tentoonstelling zonder een foto specifiek te kunnen herinneren en vraag me af of ik het misschien opnieuw moet proberen. Terwijl ik terugloop kom ik Armen weer tegen. Hij groet me; we kennen elkaars naam nog. Ik geef aan hem toe dat ik er ben om een artikel te schrijven en hij geeft me toestemming om hem de kleren van het lijf te vragen. Ik denk meteen aan een baanbrekend diepte-interview, maar helaas: daar komen Armens vrienden alweer aan. Ze gaan naar beneden, waar de band weer een nummer gaat spelen; ik hobbel er een beetje achteraan.

Na een paar minuten gedans van Armen en zijn vrienden en a-ritmisch meegeklap van alle aanwezige Nederlanders gaan we weer naar boven, waar ik Armen een paar vragen kan stellen tussen zijn vaste verhaal door. In Aleppo werkte hij met veel plezier in een hotel en speelde hij toneel. Hij was er lid van een katholieke Armeense minderheid, afkomstig van een eigen vluchtelingenstroom na de genocide van 1915. Net als de Syrische vluchtelingen nu, zaten de Armenen toen in afgezonderde kampen, legt Armen uit bij de foto van zo’n kamp; hij zegt er gauw bij dat hij zelf gelukkig niet in een kamp hoefde te zitten en direct in een huis in Zaandam terecht kon. Op de vraag of hij het leuk vind in Zaandam zegt hij in perfect Nederlands “Ja hoor,” terwijl hij met een grote glimlach hevig met zijn hoofd schudt. Geef Armen maar Amsterdam: daar zitten zijn vrienden, de leuke clubs en het Gay Man’s Chorus waar hij lid van is.

 

Armen is klaar met zijn verhaal en wil al weglopen naar zijn vrienden, maar dat gaat zomaar niet. Ik schets een hypothetische situatie: stel je voor dat morgen de oorlog voorbij is… Armen onderbreekt me vriendelijk met het korte antwoord op de vraag die ik duidelijk ging stellen: nee, hij gaat niet terug naar Aleppo. Armen had het voor de oorlog al moeilijk in de stad. Hij moest zijn homoseksualiteit verbergen; het nachtleven bestond uit stiekem afspreken in badhuizen. Hij sloot zich haast op in het hotel waar hij werkte en durfde op straat niet met vreemdelingen praten. Tijdens zijn werk kwam hij vaak in aanraking met Europeanen en merkte hij hoe open zij waren. Emigreren was toen al iets dat hij graag wilde; met het uitbreken van de oorlog besloot hij de sprong te wagen.  Amsterdam is zijn thuis geworden.
Nou ja – Zaandam.

En verder?

Aleppo is tot december 2017 te zien in Het Tropenmuseum

 

Wil je een bijdrage leveren aan de humanitaire hulpacties in Syrie? Check dan Giro555

Lees verder binnen de categorie "Cultuur "
Lees meer van deze maker

Fotografie / Film

Valentijn in zwart-wit

Een valentijnsbromance in het Pianola Museum.

Kunst

Lekkergaan: Café de Ruimte

Je hebt geen raket nodig om naar de Ruimte te gaan; je kan ook gewoon het pontje pakken.

Kunst

Museum Amsterdam Noord

In de categorie verborgen pareltjes.