Historie

Thema: Vrijheid

Historie & Cultuur

4-5 Mei: Kan je dat wat je niet kent wel goed herdenken?

Nachtbraker
Juul Stahlie

Juul is geboren in 1997, een dag voor de (tot nu toe) laatste elfstedentocht. Misschien dat hij daarom zo van de winter houdt. Hij studeert aan de Gerrit Rietveld Academie en zit in het eerste jaar. Regelmatig probeert hij naar de sportschool te gaan, met de nadruk op probeert. Hij omschrijft zich zelf als rondspringend wezen die zich echter ook heel goed kan focussen, met name op kunst. Vandaar dat hij bij de Nachtbrakers zit.

Bekijk meer van Juul Stahlie

Tekst: Djuna Spreksel

Beeld: Juul Stahlie

De Kleine herinnering

4 & 5 Mei. De Dodenherdenking en daaropvolgende Bevrijdingsdag zijn weer voorbij. De stad vertelde verhalen. Dat werd uiteraard gedaan op de grootschalige Dodenherdenking op de Dam, waar onder anderen door het koninklijk paar een prachtige bloemenkrans neerlegde voor de oorlogsslachtoffers sinds de Tweede Wereldoorlog. Het monument op de Dam is een plek waar mensen elkaar jaarlijks in grote getale opzoeken om te delen in herinneringen. Maar het was zeker niet de enige plek waar op 4 mei de stad in bloemen gekleurd werd. Ook bij andere, kleinere monumenten en gedenkplekken in de stad werden verhalen verteld en oorlogsslachtoffers en verzetsstrijders een laatste eer bewezen. Vroeg in de ochtend, op 5 mei, pakten we de fiets en ontdekten de mooiste plekken in Amsterdam waar herinneringen aan de oorlog zich blijven openbaren.

Monument Keesje

Op het Keesje Brijdeplantsoen, vlakbij de Panamakade, staat een groot, wit kruis, ter nagedachtenis aan het Amsterdamse jongetje Keesje, wiens verhaal maar weinigen kennen. In de Hongerwinter van ’44 zocht hij in het Oostenlijk Havengebied naar kolen en werd doodgeschoten. Wie de schutter was, is altijd onduidelijk gebleven. Een plaatselijke bakker uit de nabijgelegen Javastraat schreef na de oorlog speciaal voor Keesje het gedicht ‘Rijmelaar’, dat bij het monument te lezen is. Jaarlijks dragen Amsterdamse scholieren er tijdens de bijeenkomst op Dodenherdenking gedichten voor.

Monument voor Kunstenaarsverzet

Plantage Middenlaan

Een gebalde vuist. Het ultieme symbool van kracht, verzet, opstand. Van de moed die nodig was op de Duitse bezetters te reageren. Dit monument werd in ’73 opgericht voor beeldend kunstenaar en verzetsman Gerrit van der Veen, die in de oorlog het blad ‘De Vrije Kunstenaar’ oprichtte en de memorabele woorden ‘wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht, nu het bloedt uit ontelbare wonden (...) Grijpt hem aan waar je kunt, hij die grijpt waar hij kan. Tot de laatste van 't tuig is verdreven.' Van der Veen en zijn vrienden waren zeer actief binnen het verzet; in 1943 werd onder zijn leiding een gewapende overval gepleegd op het Amsterdamse bevolkingsregister, in de vroegere concertzaal van Artis. In 1944 werd hij in de duinen bij Overveen door de bezetters vermoord.

Lau Mazirelbrug

Een ogenschijnlijk gewone brug in Amsterdamse Schoolstijl verbindt de Nieuwe Keizersgracht met de Plantage Muidergracht. Maar gewoon is deze brug allerminst. In 1982 werd de brug als een van de weinigen vernoemd naar een vrouwelijke verzetsstrijder (en advocate), Lau Mazirel. Samen met Gerrit van der Veen was ze het brein achter de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister in 1943. Ze vocht niet alleen voor de rechten van Joden, maar ook voor die van homoseksuelen en woonwagenbewoners. Zelf had Mazirel tijdens de oorlog onderduikers in huis, en fungeerde haar advocatenkantoor op de Prinsengracht als geheime plek om verzetsactiviteiten te coördineren. Als een van de weinigen was Mazirel er al in 1942 van overtuigd dat Westerbork naast een werkkamp ook een doorgang was naar vernietigingskampen, maar kon er destijds niemand van overtuigen. Na de oorlog werd Mazirel advocate binnen de homorechtenorganisatie COC, opgericht in 1946.

De Dokwerker

Het beeld op het Jonas Daniel Meyer-plein kennen we allemaal. Het verhaal erachter vaak niet. Wie is deze arbeider, die ons vanaf zijn bronzen voetstuk overziet? Beeldhouwer Mari Andriessen maakte het beeld in 1951, de Haarlemse timmerman Willem Termetz poseerde. Het monument vereeuwigd de herinnering aan de Februaristaking in ’41, de enige grootschalige verzetsactie tegen de Duitsers in bezet Europa. Die begon in ons eigen Amsterdam. Het was een reactie op de razzia’s die hier plaatsvonden, waarbij honderden Joodse mannen werden opgepakt. Zowel kunstenaar als model deden mee aan de staking, die georganiseerd werd door de CPN (Communistische Partij), met het doel. ‘om de gehele massa te mobiliseren, daar de gehele massa tegen deze antisemitische actie was’. Het beeld toont het verzet van ‘de kleine man’ tegen de grote macht: arbeiders kwamen spontaan en massaal in actie voor hun Joodse (mede)burgers.

De Joodse Dankbaarheid

Aan de Weesperstraat is misschien wel het mooiste monument te vinden om op 4 mei bloemen neer te leggen. De Joodse Dankbaarheid bestaat uit vijf reliëfs van wit natuursteen, op elke staat een mensfiguur afgebeeld. Het middelste reliëf wordt bekroond door een davidster. Dit is niet alleen een monument ter nagedachtenis aan de Joodse slachtoffers, maar vooral een gebaar van dankbaarheid (what’s in a name) naar hun mede-Amsterdammers toe. Hier staat de hulp centraal die zij Joden in de oorlog boden, bijvoorbeeld in de vorm van georganiseerd verzet of door het bieden van onderdak. Het initiatief vanuit Joodse overlevenden kwam al in 1946, in 1950 werd de Dankbaarheid onthuld.

De Gevallen Hoornblazer

Op de plaats waar De Gevallen Hoornblazer staat, aan het Weteringscircuit, werden op 12 maart ’45 zesendertig politieke gevangenen uit het Huis van Bewaring door de bezetters vermoord. Het was een vergeldingsactie voor wat een dag eerder gebeurde: de moord op een SS’ er tijdens een vuurgevecht, ontstaan toen de Sicherheitsdienst het hoofdkwartier van de verzetsgroep Groep 2000 op de Stadhouderskade binnenviel. Honderden Amsterdammers waren gedwongen toeschouwer, de lichamen bleven nog lang ‘als waarschuwing’ liggen. Bij het monument zijn de namen van alle slachtoffers te lezen. In de volksmond kreeg het monument later overigens de bijnaam ‘De Keeper’.

Het Homomonument

Waarschijnlijk de allerbekendste gedenkplaats van allemaal is het Homomonument, gelegen aan de Westermarkt, ter nagedachtenis aan alle homoseksuele mannen en vrouwen die vervolgd en gediscrimineerd zijn vanwege hun geaardheid. Hoewel het niet enkel naar het lot van homo’s in de Tweede Wereldoorlog verwijst, werd het wel opgericht in reactie op het gebrek aan aandacht voor het lot van deze groep tijdens de oorlog. Het initiatief kreeg gestalte in 1970, toen twee Amsterdamse jongeren op 4 mei een krans wilden leggen bij het oorlogsmonument op de Dam, speciaal ter herinnering aan de vervolging van homo’s in de oorlogsjaren. De jongeren werden gearresteerd en de krans vernietigd. Vanaf dat moment groeide de behoefte aan een eigen plek van herinneringen. Amsterdam was baanbrekend: bij de onthulling van het monument in 1988 was dit het eerste vrijstaande homomonument in een openbare ruimte. Deze plek staat symbool voor de nagedachtenis aan het geweld tegen homo’s altijd en overal ter wereld; daarom liggen er eigenlijk het hele jaar door bloemen en fungeert het Homomonument altijd als plek om samen te komen, bijvoorbeeld na de aanslag op de homoclub Pulse in 2016. 

Lees verder binnen de categorie "Historie "