Historie

Geschiedenisles voor reclameguru's

Leestijd: 5 minuten
Historie

Een lesje fin-de-siecle voor de photoshopgeneratie.

Eindredacteur
Mart van de Wiel

Mart (1988) is historicus en kunstenaar met een voorliefde voor het ordenen van archieven, propaganda (kunst), Amerikaanse pop-cultuur, de koude oorlog, hip-hop en pindakaas. Vooral van dat laatste wordt hij nog eens groot en sterk.

Bekijk meer van Mart van de Wiel

Met onskipbare YouTube-commercials, gesponsorde facebookposts, corporate instagramaccounts en Holland Casino op een tram moeten we tegenwoordig ons best doen om een wereld te bedenken zonder advertenties. Met doffe ogen laten we deze reclame-bukake dagelijks over ons heen komen. We kunnen er eigenlijk niks aan doen, en er valt tegenwoordig nog maar weinig te genieten van al dit visuele geweld. Hoe anders moet dat wel niet geweest zijn in het fin-de-siecle (einde der eeuw; 1890-1905) in Parijs? In deze tijd, op deze plek ontkiemde namelijk een belangrijke peiler van onze hedendaagse beeldcultuur. Die van de illustratieve (buiten)reclame.

 

Na een herontdekking van oude druktechnieken (ets en gravures), en de ontwikkeling van nieuwe (steendruk), begonnen steeds meer jonge kunstenaars in Frankrijk deze technieken te omarmen. De nieuwe werken vonden gretig aftrek bij rijke Franse kunstverzamelaar-stinkerds die hun huizen vulden met zeldzame prints en jong talent. Ze lieten hierbij zelfs meubilair maken om hun portefeuilles in uit te stallen, zo rijk dat ze waren.

 

En waar een hype is, zijn ook gewiekste marketingtypes te vinden. Commerciële partijen zagen de appeal en kracht van mooi beeld in en gingen links en rechts jonge kunstenaars inzetten om pakkende affiches te maken, waarbij deze kunstenaars flink wat artistieke vrijheid kregen. Wat volgde was een ware explosie van beeldcultuur. Overal waar je keek in de Franse hoofdstad waren muren van top tot teen en steen tot steen beplakt met aankondigingen en puilden de kiosken uit van simpele blaadjes met rijk geïllustreerde kaften.

Paul Elie Ranson - Tigre dans les jungles, 1893

Mysterie

En het is precies die wereld die nu te bezichtigen is in het Van Gogh Museum. Een wereld waarbij kunst en reclame hand in hand samengingen. In deze wereld zetten de populaire printmakers de toon en produceerden ze affiche na affiche en kaft na kaft. Hoe intens vet moet het zijn om overal waar je kijkt op straat prachtige illustraties en kunst te zien? Tuurlijk, niet alles zou kwalitatief even hoogstaand zijn geweest, en om te hebben kunnen genieten van al dit moois moest je in dit pre-vaccinatie tijdperk wel eerst de pokken en mazelen overleven, maar jezus, moet je voorstellen dat je zover kwam! De voorstellingen, de grootte, de kleuren: echt alles aan deze affiches was anders dan wat men tot die tijd gewend was. Ze waren bedoeld om de aandacht van de mensen te grijpen, om spullen te verkopen, en om dat te bereiken moesten de affiches visueel aantrekkelijk zijn. Ze moesten tot de verbeelding spreken en mysterie opwekken. 

Henri de Toulouse-Lautrec, cafe-concert Eldorado, 1892

Zonder al te veel te verklappen vertelt de tentoonstelling zelf goed het verhaal van de opkomst en verspreiding van deze kunstvorm, en herbergt zeker enkele toppers, zoals ‘Le Chat Noir’ en enkele klassieke Henri Toulouse-Lautrecs. Het neemt je mee door de interieurs van de amateurs (kunstverzamelaars) en kiosken (kiosken) van Parijs. De enige kanttekening die ik hierbij kan maken is dat ik mijn favoriete Art Nouveau kunstenaar, Alphonse Mucha (shoutout), helaas nergens terugzag. Maar dat mocht de pret verder niet drukken.

Theophile Alexandre Steinlen - Le Chat Noir, 1896

Aanslagen

Voor mij maakte de tentoonstelling in ieder geval één ding luid en duidelijk: Dit soort kunst zie je tegenwoordig niet meer. In een tijdperk waarin de hogescholen bakken graphic-designers, illustratoren en reclame-duizendpoten uitpoepen lijkt de ‘avant’ uit de garde. Op zich niet gek, aangezien wij niet meer in een gouden tijd van herontdekkingen zitten en de beeldcultuur een essentieel onderdeel van de samenleving is. Toch denk ik dat onze hele reclamecultuur best wel wat kan leren van deze periode/stroming. Men mag best meer durven te experimenteren, en weer de aandacht proberen te pakken met mooi werk in plaats van de terroristische aanslagen die mijn netvliezen soms te verduren krijgen. Beeldende kunstenaars zouden hun plek moeten veroveren in de reclamewereld en bepalend in plaats van volgend moeten zijn. Wat meer kunst in ons advertentiepalet en in ons straatbeeld zou volgens mij namelijk niet misstaan.

 

Maar misschien is dit te idealistisch gedacht. Misschien is het geld wel te groot geworden; als je ontwerper niet meewerkt of te lang op zich laat wachten, heb je zo een andere. Misschien is mijn kijk op kunst en affiches te communistisch (het staat in het teken van de culturele opvoeding van de mens). Maar alles bij elkaar zou ik echt alleen nog maar vloeipapier kopen van één producent als de advertenties eruit zouden zien als die van Mucha! 

Alfons Mucha - Job, 1896

De tentoonstelling ‘Franse Prentkunst, 1890-1905’ is nog tot 11 juni te zien. Op de site kan je ook de hele collectie doorbladeren!

Lees verder binnen de categorie "Historie "
Lees meer van deze maker

Historie

Lekkergaan: Geen TomTom maar BlaeuBleau

"Sla over 300 kilometer rechtsaf. Hopelijk heeft u dan uw bestemming bereikt."

Kunst

The Noise of being: Horrorkunst met een boodschap

Wat betekent het om mens te zijn in de noise van het hedendaagse?

Kunst

116 jaar Amsterdam in het Stadsarchief

Een intiem kijkje in het ranzige Amsterdam van 116 jaar geleden.