Fotografie / Film

Ik was niet geïnteresseerd in Ed

Hoe gaat het met raspunker Bep Broodje?

Nachtbraker
Gina Miroula

Gina Miroula (25) studeerde Duits en Journalistiek in Amsterdam en Berlijn. Fernweh, het verlangen naar onbekende plaatsen en situaties, vindt ze niet alleen het mooiste woord dat de Duitse taal rijk is, ook streeft ze het iedere dag na. Gina heeft een zwak voor autoritaire vrouwen en de kapotte voeten van balletdansers. Ze stelt het liefst tien vragen per minuut met de aandachtsboog van een sprinkhaan. Later als ze groot is wil ze boeken schrijven zoals Nicole Krauss dat doet en haar dagen slijten op een woonboot met een moestuin.

Bekijk meer van Gina Miroula

Onze Ed, straatfotograaf en wereldreiziger. Wie kent zijn werk niet? Vorige week sprak Nachtbrakers de beroemde tweelingzussen Gina en Sonja. In deel twee van dit drieluik bezochten wij punker Bep Broodje (1960), die onderdeel uitmaakte van de originele punkscene in Amsterdam. Eind jaren '70  werd hij door Van der Elsken vastgelegd op de Dam. Deze  foto is vereeuwigd in Van der Elskens boek Hallo ! uit 1978.

Beeld: Joy Tengker

Wat meteen opvalt? Zijn bontgekleurde scooter, pontificaal voor de deur geparkeerd.

Bep woont in Amsterdam-West, in een huis met een souterrain aan de voorkant. Daar hangen zelfgemaakte punkjasjes op vrouwelijke etalagepoppen.

Waar hij die vandaan haalt? “Nou, overal.” Hij krijgt de dames van verschillende contacten. “Op een gegeven moment had ik er te veel. Toen moesten een paar van mijn meiden weg.”

 

Hij is hier pas net komen wonen, eind 2016. Daarvoor was hij dakloos, verbleef op vijf verschillende plekken en ook wel eens in een atelier. Het ging een tijdje wat minder, maar nu gaat het goed. Dat zie je aan hem. Zijn bontgekleurde haren, geverfd in de kleuren van de cd van The Sex Pistols, pieken alle kanten uit. Op de gang en in de woonkamer hangen kledinghaken aan de muur, daarop zelfgemaakte punkkleding. Achterin zijn woning bevindt zich het atelier. Daar mogen we plaatsnemen voor het gesprek.

Beeld: Joy Tengker

Sterilon, hatsa

 

Bep staat in het boek Hallo ! (1978) met onder zijn foto de tekst: Koninginnedag. Vreselijk gevaarlijk uitziende kinderen op de Dam. Bep in een punkjasje, zijn tong uitstekend naar de camera. Samen kijken we ernaar. “Die oorbellen staken we er gewoon doorheen. Niet eens met een citroentje er achter. Sterilon erop, hatsa. Als het te erg ontstak haalde je het er uit, dan groeide het gat gewoon weer dicht.” Hij lacht. “Ik was duidelijk niet geïnteresseerd in Ed.”  Bep stond die dag samen met zijn vrienden, dertig punkers, op de Dam. Ze werden aangesproken door de politie. “Het Stadsarchief van Amsterdam heeft eenzelfde foto uit die  reeks waarop ik met mijn vinger naar de politie wijs. Ik stond hun uit te leggen wat ze moesten doen.” Voordat de foto werd genomen had hij gepraat met een groep Hell’s Angels. “Een oud vriendje hing met ze rond. Drukte één van die gasten ineens een mes op mijn keel. Ik had een motorketting om, die moest ik inleveren.”

No fun

 

Bep was zeventien en bakker op de Albert Cuyp. “Mijn bijnaam, Broodje, komt uit die tijd. Om 07:00 begon ik met werken en in de avonden, hoppa, naar concerten in Paradiso.” Destijds speelden daar drie bandjes voor drie gulden. “In het weekend was ik te vinden op de Rozengracht. Daar had je platenzaak No Fun, omgebouwd tot jongerencentrum. We hingen er voor de deur: zuipen, lachen, blowen. De eigenaar wist dat er geen geld werd verdiend, maar vond dat helemaal niet erg.”

Bep is opgegroeid in jeugdhuizen en pleeggezinnen. In het jeugdhuis waar hij op zijn zeventiende woonde kreeg hij de kans om naar school te gaan óf te werken. “Ik wilde voldoen aan de regels van het huis, dus mocht na vijf maanden op kamers.” Dat voelde als vrijheid na al zijn jaren vol jeugdhuizen en pleegouders. “Het enige wat ik nog had was een voogd. Twee keer per jaar kwam hij langs. Voor het avondeten gingen we samen naar het café. Gewoon een glas sterke drank erbij.”

Muziek met veiligheidsspelden

 

“Ik hoorde nooit écht ergens bij. Alleen bij mijn groepsgenoten en de kinderen uit hetzelfde jeugdhuis. Ook op het schoolplein.” Vriendjes maken ging lastig. Pas later kwam hij erachter waarom.  “Ik woonde in de duurste gemeente van Nederland: Bosch en Duin. Kijk ik nu naar de klassenfoto, dan droegen al die kinderen dure labeltjes.” Labels die Bep nu van kleding afhaalt voor zijn eigen creaties. “Wij uit het jeugdhuis droegen kleding van dezelfde vrachtwagen. Wij pasten niet in hún leven.”

 

 “Ik herinner mij de dag waarop ik Anarchy in the UK hoorde. Van de Sex Pistols. Ik vroeg rond of iemand wist wie dat was. ‘Muziek met veiligheidsspelden’ vertelde ik iedereen. Meindert, uit een jeugdhuis in Duivendrecht, introduceerde me in de punk. Zo kwam ik terecht in the scene. Daar was ik van God los. Zeker na drie verschillende geloofsovertuigingen: het kerkgenootschap der zevendedagsadventisten, de Protestantse  en Nederlandse Hervormde Kerk.”

 

“Eenmaal in Amsterdam werd veel voor mij duidelijk door het eerste T-shirt van Vivienne Westwood. Een inspiratie voor mijn eigen kleding. Zij had een destroy-T-shirt gemaakt met daarop een swastika en een omgekeerd kruis. Ik begreep heel goed dat het om een katholiek kruis ging.”

Pogo en poppers

De kraakbeweging werd groter in de jaren tachtig en soupeerde met de punkbeweging. Bep: “Er kwamen bandjes die gericht waren op politieke correctheid. Ik was helemaal niet politiek correct, want daar absoluut niet mee bezig. Iggy Pop fascineerde mij, de glitterrock, Slade en Alvin Stardust. Mensen met andere kledingstijlen. Op een bepaald punt zag ik eruit als één blok spieren. Tijdens concerten scheurde ik mijn T-shirt open en danste heel ruig met de andere gasten. Ik beukte tegen ze aan, en dan lagen ze ineens op de grond. Pogoën was mijn uitlaatklep. Er heerste toen vrijheid. Niemand legde mij regels op.” Die grenzeloosheid leidde wel tot Beps drugsgebruik. “We hebben van alles geprobeerd, ook poppers, wat in de homoscene wordt gebruikt bij fistfucking.”

Jasje voor Pussy Riot

 

Zittend in zijn atelier trekt Bep tientallen laden open. Overal liggen knopen, kettingen, studs en ritsen. Hij heeft momenteel verschillende projectjes lopen. Onder andere een jasje voor een klein hondje, heel chique en op bestelling. “Dat creatieve begon pas tien jaar geleden. Toen ik uit de kliniek kwam.” Zijn therapeut zei dat hij er iets mee moest doen. “Ik antwoordde dat ik niet eens een poppetje durfde te tekenen.” Op een gegeven moment hoorde Bep dat er textielstiften bestonden. “Ik dacht: hey, ik ga gewoon een T-shirt maken.” Een ontwerp waar hij trots op is? Toch wel het jasje voor Nadja Tolokno van Pussy Riot. Met teksten van de band over de mouwen, de rug en het borststuk. “Tijdens onze ontmoeting zat ik naast haar te ontwerpen. Ze zei nog ‘You make my day’.” Bep: “Ik ontmoet veel mensen, maar op het moment dat Nadja voor mijn neus stond werd ik toch een potje zenuwachtig. Kippenvel. Die hele geschiedenis, die dan naar je lacht! Als iemand de punkspirit vertegenwoordigt dan is het Pussy Riot wel.”

Beeld: Joy Tengker

Meer weten over Broodje? Hij heeft een eigen Punkmuseum te Beverwijk en is op Facebook te vinden onder BroodjesKledingStyle en BroodjesPunkMuseum.

 

Volgende week in het laatste deel van dit drieluik: André Stuyfersant, de jongen met de vetkuif. André hangt momenteel in het Stedelijk Museum. De verliefde camera is te zien t/m 21 mei.

Lees verder binnen de categorie "Fotografie / Film "
Lees meer van deze maker

Fotografie / Film

De eeuwige camera van Ed

Het derde en laatste stuk in dit drieluik: André Stuyfersant

Fotografie / Film

Jullie zijn hele aparte meisjes

Hoe gaat het nu met de tweeling van Ed van der Elsken?

Wetenschap

Lekkergaan: de beste schrijverscafés van Amsterdam

Waar kun je op een druilerige decembermiddag het beste met je notitieblok en vulpen terecht?