Kunst

Achter de wand: Lennart Booij

Nachtbraker
Selin Kuscu

Selin (24) studeert doordeweeks Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie en doet in het weekend de BKB Academie. Het afgelopen jaar werkte ze bij uitgeverij Lebowski, waar ze ontdekte dat het vertellen en maken van verhalen even mooi als belangrijk is. Ze is hypergefocust, snel afgeleid, lang van stof, vindt het lastig om in volzinnen te praten en gelooft meer in ‘Wat wil je allemaal nog leren?’ dan ‘Wat wil je later worden?’

Bekijk meer van Selin Kuscu

Badrand

Voorheen was Lennart Booij (1970) tv-presentator bij de publieke omroep, campagnestrateeg bij de Partij van de Arbeid én een van de drie directeuren van het Amsterdamse campagnebureau BKB – maar deze opsomming is oud nieuws. Begin dit jaar werd bekend dat Booij aangesteld werd als conservator Toegepaste Kunst en Vormgeving bij het Stedelijk Museum. Daaronder vallen zo’n 50.000 objecten, die hij samen met twee andere conservatoren beheert. Dat is nogal een berg aan kunst om mee te werken. Vanuit zijn nieuwe werkplek op de vierde verdieping van het museum, ook wel de badrand van de roemruchte badkuip (zitten we nou ín of óp die rand?), vertelt hij hoe het was om binnen te wandelen en plaats te nemen achter het bureau van een van onze belangrijkste kunstinstituten.   Eerder in deze reeks interviewde ik Vincent van Velsen en Zippora Elders over hun werk als curator. Jij bent een conservator. Wat is het verschil tussen die twee?

Een curator stelt tentoonstellingen samen. Een conservator doet dat ook, maar is daarnaast verantwoordelijk voor het beheer van de collectie. Hij zorgt dat alles wat een museum verzamelt, goed wordt onderhouden. Dus het wordt nauwkeurig beschreven, onderzocht, bewaard en, als het nodig is, gerestaureerd.

Je ben nu vijf maanden aan het werk bij het Stedelijk. Hoe is de wereld boven op de badkuip? Het is een gigantische machine, een soort schip, waarin iedereen zijn taak heeft om de tent draaiende te houden. Aan de ene kant zijn dat dagelijkse werkzaamheden op de vloer: het in- en uitruimen van tentoonstellingen, schoonmaak en beveiliging. Daarboven bevinden zich de machinekamers waar mensen de toekomst voorbereiden. Daar kijken we vooruit bij het maken van een tentoonstelling: we praten al over 2018. Wat moet er nu gebeuren voor een tentoonstelling die in 2018 plaatsvindt? Zelf ben ik op dit moment bezig met keramiek uit de jaren ’20. Daar moet ik een verhaal bij kunnen vertellen. Maar wat weten we erover? Nou, eigenlijk nog niet zo veel. Er is dus onderzoek nodig voordat we ermee aan de slag kunnen.
Ben je eigenlijk nog wel in de museumzalen zelf te vinden? Daar moet je wel je best voor doen. Je ziet het hier: we zitten boven alles, kijken uit over de wereld. Je moet naar beneden om weer te voelen waar je het voor doet. Ik probeer bijna elke dag even rond te kijken. Ik ben ook vaak ‘conservator van dienst’. Dat wil zeggen: de beveiliging kijkt ‘s ochtends of de deur niet geblokkeerd is en de schoonmaker zorgt dat het schoon is, maar de conservator werpt een blik op hoe de werken eraan toe zijn en of de belichting klopt. Op dit moment ben je bezig met de Gemeentelijke Kunstaankopen: tweejaarlijks wordt hedendaags talent – ontwerpers en kunstenaars – gevraagd werk op te sturen binnen een bepaalde kunstdiscipline. Twee jaar geleden was dat fotografie, maar in 2016 valt het onder jouw afdeling: vormgeving. Het wordt ook de eerste tentoonstelling van jouw hand in het Stedelijk. Ik viel met mijn neus in de boter. Mijn eerste werkdag was ik voorzitter van de jury om de selectie uit de inzendingen te maken. Ik ontdekte toen dat er Dutch Design 2.0 aan het plaatsvinden is. Vormgevers doen meer dan voorheen onderzoek naar maatschappelijke impact: hoe kunnen wij als vormgevers bijdragen aan een betere wereld? Bijvoorbeeld door gebruik van gerecycled materiaal en toepassen van nieuwe technologieën, maar ook door eigenaarschap terug te halen: niet in India of China produceren, maar local.
Next Nature Network. Knitted Meat.
Heeft jouw achtergrond invloed op hoe jij naar kunst kijkt? Als directielid van campagnebureau BKB was je zelf ook maatschappelijk betrokken. Ja, ik denk dat ik deze ontwikkeling mede daarom wel herkende. Maar het is ook de tijdsgeest: nog niet zo lang geleden stond er een stuk in het NRC Handelsblad waarbij Dutch Design dood werd verklaard. Die knipoog en grapjes waren twintig jaar geleden nieuw. Bij het voorzitten van zo’n jury en het selecteren van werken, hoe weet je dan: dit gaat, in een uiteindelijk retrospectief, belangrijk zijn voor de kunst of ons culturele erfgoed? We moeten erkennen dat alles een construct is. Als ik nu een zakje suiker op een sokkeltje neerleg en zeg: ‘Kijk er maar eens heel goed naar, het is uniek’, en het wordt daarom eindeloos afgedrukt en krijgt langzamerhand museale cult, dan heeft het een andere positie dan het gewone suikerzakje in het dagelijks leven. Wij maken met onze keuzes een bepaalde constructie, en omdat die in een museum terechtkomt, krijgt het ook z’n impact. Je maakt het per definitie belangrijk door het binnen een museummuur te brengen. Denk je dat museumbezoekers dat ook zien? Ik denk dat ze dat wel voelen. Op vormgeversgebied is dat interessant, omdat de thee- of koffiepot die je hier in het museum ziet, bij jou thuis kan staan. Dat verwart mensen, ze denken: ‘Is ‘ie dan ineens veel waard? Mag ik ‘m nog wel gebruiken?’ Terwijl het soms ook gewoon een uiting is van onze materiële cultuur. Neem een Frans bistroglas, dat is zo episch, we kennen het allemaal, dus is het goed om het in het museum te laten zien, zodat mensen kunnen reflecteren op hun materiële cultuur en iets leren over gebruikswaarde en schoonheid.

Ik vind het daarom juist moeilijk om in een museum naar gebruiksvoorwerpen te kijken. Wij moeten beter uitleggen dat er in dat opzicht verschillende museale statussen zijn. Een schilderij van Mondriaan is one of a kind; iets wat in die tijd onvoorstelbaar en out of the box was, avant-garde. Maar er is ook een andere status in een museum: het reconstrueren van een tijd aan de hand van alledaagse voorwerpen. We willen die twee ook meer met elkaar gaan verbinden: een Rietveldstoel heeft een connectie met een Mondriaan. Een stijlperiode uit zich zowel in toegepaste kunst – glas in lood, keramiek, stoelen – als beeldende kunst. Dat willen we laten zien.
Het Stedelijk heeft een grote eigen collectie, zo’n 90.000 stukken. Een groot deel staat in het depot. Is het daar beneden nooit vol of kun je oneindig blijven verzamelen? Als museum ben je nooit volledig. Ooit was er de vraag of fotografie, als relatief nieuw medium, wel of niet in het museum thuishoorde. Pas in de jaren ‘50 werd besloten van wel. Met terugwerkende kracht moest fotografie uit de periode daarvoor aangekocht worden. Welke vraag ligt er nu? Iets wat in de internationale museumwereld een issue is: in hoeverre heb je voldoende global verzameld? We zijn de afgelopen honderd jaar op onze westerse identiteit gericht geweest. Wat weten we eigenlijk van mensen die in onze koloniën werkten, of mensen die gereflecteerd hebben op die koloniale periode vanuit Indonesië of Suriname? Voelen hun nazaten zich gerepresenteerd in dit museum? Het antwoord is: nee, het is een westers, blank bolwerk. Wij worden nu uitgedaagd ons opnieuw te bevragen: wat hebben we eigenlijk verzameld, wat zouden we nog moeten verzamelen en, als we het niet in het verleden hebben gedaan, wat doen we voor de toekomst?   Op 26 augustus opent de tentoonstelling ‘Dream Out Loud! Designing for Tomorrow’s Demands’, waarin het werk te zien is van de 26 geselecteerde ontwerpers en kunstenaars van de Gemeentelijke Kunstaankopen.
Lees verder binnen de categorie "Kunst "
Lees meer van deze maker

Kunst

Lekkergaan: Uitvaart Museum Tot Zover

Ook de doodskistenmaker moet aan winstmarges denken 

Kunst

Dogs and Faces - Jonah Falke

Selin sprak de kunstenaar over zijn eerste solotentoonstelling

Kunst

Achter de Wand: Odette van Ginkel

Wat gebeurt er achter die zware deuren van het veilinghuis?